............................................... |
|
 |
| |
.
Maart
Tussen blauwe lagen grauwe schemer boven vochtig strand gaan hand in hand de wolken daaronder rollen golven haastig huiswaarts voor het duister op de vlucht als in de lauwe lucht de laatste vleugelslagen van de dag de kust bereiken.
Zo ook wil ik jou niet meer ontwijken al is het wel wat laat hier is mijn hand gevuld met helder water ontvouw jouw hart dat zich schuilhoudt in de kloven van mijn geest maar altijd zingt dichtbij mijn oor
laat het wonder binnenrollen het spoor van je vertrouwde voetstap zal mij niet ontgaan.
Oktober
Zachtjes bloeit de zomer leeg. De herfstwind laat de bladeren zingen van het gezicht dat ik zo liefheb.
Steeds bleker smelt de zon. Een laatste blik nog werpt zij op de ogen, door het haar omlijst.
Nog even en de mond verdwijnt in schemer. Maar niet in leegte. Niet in schaduw van de tijd.
Mijn hand raakt nu de aarde. Het wintergras staat voor de deur. Nog slechts heel traag wil ik bewegen.
Niet vruchteloos meer zwoegen met een vergeefse frons van pijn. Nooit meer verstarren in verwijt
aangeschoten door de kogels van het onzegbare. Nooit meer zinloos sterven telkens weer.
Nooit meer die leegte van de nacht als uit de hemel sterren vallen-- hou mij dan vast en noem mijn naam.
Laat ons groeien, langzaam aan. Laat ons elkaar verkennen. Op laatst lijkt niets meer vreemd
of onverwacht. Vinden wij ons troebel bloed voorgoed gezuiverd. Klinken wij op alles wat ons rest.
Op alles wat nog door het open raam naar binnen waait. Drinken wij op ons bestaan.
De nacht is klaar en hoor
de nacht is klaar en hoor de zon klopt aan de morgen de berken beven in het vroege ochtendlicht
je bent te jong om ongetroost te blijven pas als ik alles weet laat ik je gaan - doe ik je dicht
Ik weet alleen
ik weet alleen ze is ermee geboren met in haar ogen al dat blauw
zo gauw ze woorden wist was zij ze al vergeten maar weten doet ze wel ze vouwt de lakens op
schudt dekens uit ze zegt ik ben een poosje weggeweest meer woorden zijn er niet
en ook de zin ontbreekt de zin om woorden in te zetten want om te zeggen
wat haar overkomen is heeft ze het zwijgen en ze huilt als ze hoort wat ze met die stilte zegt
Nooit eerder
Nooit eerder heb je dit gedaan De borden opgeruimd Kruimels weggeveegd
Je beweegt niet Wacht tot je lichaam op wil staan Wacht tot je benen weer gaan lopen Maar je ogen willen niet meer open Zo heerlijk donker is het en zo stil En zo wacht je tot een hand je raken wil
Het wordt weer licht
Het wordt weer licht Ik hoor gefluister om me heen Als ik mijn ogen sluit ben ik alleen Geen vriend Geen vijand Geen hond die blaft Ik heb het koud
Wie zegt dat hij van mij houdt Die heeft het mis Die liegt Die zegt maar wat Maar ondanks dat Wil ik zijn armen om mij heen Nooit meer alleen
Maar mijn hoofd moet helder Mijn rug moet recht Mijn benen één voor één vooruit Als ik mijn ogen sluit Verkruimel ik mijn dagen tot uren De minuten tot seconden Waarom kom je niet?
Het wordt weer licht Ik zwaai je in gedachten uit En doe de ramen dicht
Laat het worden
Verlangen staat naakt in de nacht leunt tegen muren klopt op de deur houdt ons in leven en nog even bij elkaar hoeveel woorden hoeveel pijn laat het worden laat het zijn
We zitten aan de tafel van geluk maar proeven van het naderend afscheid we drinken alle glazen stuk want wijn wordt bloed en bloed wordt wijn laat het worden laat het zijn
Schreeuw maar
Schreeuw maar roestige lettertekens naar omlaag de dag in
woest opgeraapt bekeken omgedraaid nog eens en al weer
rechtop gezet maar rimpelrustig weggelegd bloedt ons vuurgevecht
nog door mijn huid woedt de brand nog door mijn haren
maar omdat telkens jouw aderen zo traag ontwaken
voelt nooit jouw hart mijn diepste warmte in kwadraat
Omdat nooit
Omdat nooit mijn adem eenzaam is weerkaatsen alle woorden. Spiegel ik mezelf terug.
Maar nu de spraakdiamant voorgoed in licht gezet lacht, schreeuwt, zucht springt over rimpels en jaloezie -roestig genoeg- tot goudbrons werd...
Omdat altijd woordenstroom en antwoord in symbolentaal elkaar bevochten...
Omdat nooit alsnog en telkens weer letters altijd overwonnen ongedeerd teruggekeerd steeds weer overwonnen totdat jouw naam ontstond...
Daarom nooit.
Mijn woorden tot wond
Weiger de wanhoop Van de woedende wereld Speel het spel met de spiegel En de droomdiamant
Zing van de zonde Van stoere soldaten Negeer het geweld Steek je kop in het zand
Rimpel het ritme Van vlindervleugels Zuig aan de zon Buig de maan uit haar baan
Verkreukel de krant Laat de olie maar lopen Zet de kraan toch open Laat de wereld vergaan
Dool door het donker Naar het ochtendwonder Doof de feestfontein Met een deken van dauw
Lees toekomst van morgen In heksenhanden Blaas adem van angst Als een kat in het nauw
Vlucht voor de vrouw Met het masker van marmer Met de koele kreet Van gemalen graniet
Klop aan de poort Van geloof hoop en liefde Breng doden tot leven In een rampgebied
Vergeet het verleden Laat toekomst leven Droom van de drift Die een lichaam verslond
Schrik van de schreeuw Van de vluchtende vogel Maal met een molen Mijn woorden tot wond
Schim
Hé kijk, ze vult een hoek met haar gestalte haar lichaam weet zich nog niet zo goed raad Ze staat zo mooi te wachten in haar smalte en weet niet zeker of ze wel bestaat
De tijd verslijt haar in de richting van de avond waarvan de schaduw nu reeds diepe nerven trekt Doorheen het zonlicht dat haar stralen nazond voor schoonheid die haar beeltenis bedekt
Hé kijk, ze komt nu langzaam in beweging je ziet het als je heel lang naar haar kijkt
Het leek net of ze even met je meeging hoewel ze altijd nog je blik ontwijkt
Je staat daar maar en neemt in overweging of alles schijn is als de tijd verstrijkt
Liefste
Je moet wel van honing en bloemen zijn Je smaak is zoet en geurig is je kleur Je kunt je wel verbergen Maar steeds zal ik je zoeken Achter elke boom, ieder huis, elke man Die zegt dat hij mij minnen wil
Je komt tevoorschijn uit het gras Uit elke storm, wanneer die liggen gaat Uit elke regenboog kom jij Betoverd door het licht Of zomaar uit jezelf kom jij Naar mij
|
|
|
|